Heel wat organisaties doen een beroep op zelfstandigen. Ben je echter zelfstandige op papier, maar werknemer in de praktijk? Dan loert het risico van schijnzelfstandigheid om de hoek. Maar wat zijn de precieze criteria, en hoe vermijd je schijnzelfstandigheid?

Vier criteria zijn belangrijk wanneer de sociale inspectie wil bepalen of er al dan niet sprake is van schijnzelfstandigheid. In een reeks van vier bijdrages op NextConomy zoomt Ellen Pensaert van Furbo Legal in op deze vier criteria en wat ze concreet betekenen, enerzijds contractueel en anderzijds in de praktijk. De zogenaamde risicosectoren transport, bouw, schoonmaak en bewaking met meer criteria, laten we hier buiten beschouwing.

Criterium 1: DE WIL VAN DE PARTIJEN

Om de wil van de partijen te onderzoeken is een aantal clausules in het contract van belang die de intentie van de samenwerking aantoont. Het contract is zo een van de belangrijkste pijlers bij een eventueel onderzoek. Hieronder geven we een overzicht van wat elementair is in een contract en hoe deze punten in de praktijk worden toegepast of geïnterpreteerd door controle-instanties.

1.       De relatie tussen freelancer/opdrachtgever

  • Het contract

Het contract verduidelijkt de relatie tussen de zelfstandige en opdrachtgever en niet tussen werkgever en werknemer. Daarom spreek je over een opdracht en niet over een functie of functiebeschrijving. Het gaat over een overeenkomst tot aanneming van diensten. Als zelfstandige refereer je in het contract naar je verplichtingen als zelfstandige: bijdragen, belastingen en verzekeringen. De rol van opdrachtgever wordt duidelijk door aan te geven dat er nood is aan expertise of projectondersteuning die de opdrachtgever op dat moment niet in huis heeft en dus wordt ingehuurd.

2.       Beschrijving van de opdracht

  • In het contract:

Je omschrijft als opdrachtgever wat de precieze opdracht is en binnen welke situatie de freelancer aan de slag gaat. Vermeld van welke diensten je als opdrachtgever gebruik maakt. Het is van belang om duidelijk te maken dat deze rol niet onmiddellijk of niet kan ingevuld worden door huidige of extra vaste werknemers.

  • In de praktijk:

Het gaat om opdrachten waarin de freelancer met zijn kennis en expertise zelfstandig aan de slag gaat. Hij of zij dient helemaal geen instructies te krijgen over de manier waarop hij de opdracht invult. De zelfredzaamheid, de expertise, de knowhow van de freelancer is hier van belang, ook de kortstondigheid en dringendheid zijn factoren die in de kaart van een zelfstandigenrelatie spelen.

3.       Aansprakelijkheid

  • In het contract

Leg als opdrachtgever meteen ook de aansprakelijkheid vast in de overeenkomst. Eén van de grote verschillen tussen werknemers en zelfstandigen is dat werknemers (onder voorbehoud van enkele uitzonderingen) niet persoonlijk aansprakelijk kunnen worden gesteld bij fouten. Dat is anders in een leveranciers-/klantrelatie en wordt best vastgelegd in het contract.

  • In de praktijk

De aansprakelijkheid vloeit voort uit de soort verbintenis die in het contract werd bepaald. Opteer als freelancer eerder voor een inspanningsverbintenis dan een resultaatsverbintenis, hierbij kan de kwaliteit van je afgeleverde werk niet ter discussie staan (in het andere geval wél). Je engageert je immers om al je kennis en expertise in te zetten en zo het best mogelijke advies te verlenen binnen de opdracht waaraan je werkt. Let wel: je kan wel aansprakelijk worden gesteld voor beroepsfouten waarbij je de opdrachtgever schade berokkent. Tip! Sluit zoveel mogelijk uit dat je verantwoordelijk wordt gesteld voor onrechtstreekse schade. Zorg in elk geval voor een goede verzekering burgerlijke aansprakelijkheid.

4.       Vergoeding

  • In het contract

Leg het overeengekomen tarief vast in het contract. Of dat een uurtarief, dagprijs of vergoeding per opdracht is, maakt weinig uit. Bepaal wel duidelijk wat daaronder valt: btw, verplaatsingskosten, andere kosten. Leg een betalingstermijn vast en geef voor de volledigheid de manier van factureren aan.

  • In de praktijk

Niet alleen de vermelding van een tarief is belangrijk, maar evengoed de mate waarin dat tarief realistisch is. Een te laag tarief of een tarief dat gevaarlijk dicht bij de uurlonen van vaste medewerkers aanleunt, doet vragen rijzen. Inspecteurs weten wat de druk op vlak van belastingen en verzekeringen betekent voor zelfstandigen en verwachten dat in een correcte prijszetting. Tip! Verwijs als freelancer in je facturen naar de afspraken die gemaakt zijn in de overeenkomst, dat maakt de cirkel rond en dus juridisch sluitend.

5.       Concurrentiebeding

  • In het contract

Vaak dringen opdrachtgevers aan op een concurrentiebeding. Populair is een clausule over het benaderen van eindklanten na afloop van de opdracht. Het concurrentiebeding in een zelfstandigenovereenkomst is vrijer in te vullen dan in arbeidsovereenkomsten tussen werkgevers en werknemers.

  • In de praktijk

Het concurrentiebeding is een punt van onderhandeling tussen freelancers en opdrachtgevers. Al zijn er limieten en dien je met een aantal wettelijke bepalingen rekening te houden. Clausules die als broodroof kunnen aanzien worden voor freelancers worden door de wetgever als ongeldig verklaard.

6.       Beëindiging van het contract

  • In het contract

Een contract kan worden afgesloten voor zowel onbepaalde als bepaalde duur. In het eerste geval zal er dan enkel een startdatum worden vastgelegd. In het andere geval is er zowel een begin- als einddatum opgenomen. Voor contracten van bepaalde duur is het van belang na te gaan wat de voorwaarden zijn om de overeenkomst eventueel te verlengen.

  • In de praktijk

Belangrijk is dat zowel de freelancer als de opdrachtgever het contract kan beëindigen. Op vlak van opzegtermijnen hebben beide partijen een grote contractuele vrijheid. Belangrijk is zeker te bekijken wanneer de opzegtermijn juist start want dit wordt vrij vaak vergeten en zorgt bij een mogelijke beëindiging voor onnodige discussies.

Zit je contract op bovenstaande punten écht goed én stemt dat overeen met wat er in de praktijk gebeurt, dan scoor je alvast positief op het eerste criterium dat belangrijk is in een onderzoek door de sociale inspectie naar schijnzelfstandigheid.

In deze reeks komen ook nog aan bod:

–          vrijheid van organisatie van de werktijd

–          vrijheid van organisatie van het werk

–          hiërarchische controle.